Dementieschaal voor mensen met een
verstandelijke handicap (DSVH)
De Dementieschaal voor mensen met een verstandelijke handicap (DSVH) dient als hulpmiddel bij de diagnostiek van dementie bij volwassenen met een verstandelijke handicap.
40+ jaar
Interview
60 minuten
Nederlandstalig
Doel
De DSVH is een diagnostisch hulpmiddel dat wordt gebruikt om signalen van dementie bij volwassenen met een verstandelijke beperking te onderzoeken. De schaal is ontwikkeld omdat het vaststellen van dementie binnen deze doelgroep complex kan zijn: bestaande cognitieve beperkingen kunnen veranderingen in functioneren maskeren of juist op dementie lijken. De DSVH helpt professionals om veranderingen in cognitief, sociaal en dagelijks functioneren systematisch vast te leggen en te beoordelen of deze veranderingen passen bij een dementieel proces. Daarnaast ondersteunt de schaal het volgen van de ontwikkeling van klachten in de tijd en het onderbouwen van diagnostische besluitvorming.
Toepassing
De DSVH wordt toegepast bij volwassenen met een verstandelijke beperking wanneer er vermoedens bestaan van cognitieve of gedragsmatige achteruitgang. De afname gebeurt door een deskundige, zoals een psycholoog of orthopedagoog, aan de hand van een gestructureerd interview met een begeleider, familielid of andere informant die de cliënt goed kent. De schaal kan worden gebruikt binnen instellingen voor gehandicaptenzorg, diagnostische centra en andere zorgvoorzieningen waar volwassenen met een verstandelijke beperking worden begeleid. Naast ondersteuning bij diagnostiek kan de DSVH worden ingezet om veranderingen in functioneren over langere tijd te monitoren. De uitkomsten worden voornamelijk gebruikt als ondersteuning van de diagnostische oordeelsvorming en dienen altijd te worden geïnterpreteerd in samenhang met andere diagnostische gegevens, zoals medische informatie, observaties en heteroanamnese. De interpretatie van de uitkomsten is voorbehouden aan psychodiagnostisch bevoegde professionals.
Wat de test meet
De DSVH bevat 60 vragen die betrekking hebben op veranderingen in gedrag, cognitieve vaardigheden en het dagelijks functioneren van de cliënt. De antwoorden worden verkregen middels interviews met een informant die de persoon gedurende langere tijd kent en daardoor veranderingen ten opzichte van het eerdere functioneren kan signaleren. Elke vraag wordt beantwoord op aanwezigheid, waarbij de mogelijkheden zijn “niet van toepassing”, “aanwezig”, “karakteristiek” en “afwezig”. De eerste 20 vragen dienen om dementie vast te stellen. Waarna de overige items helpen bij het vaststellen van het stadium van de dementie. Daarnaast bevat de DSVH differentiaaldiagnosevragen (DDV) die kunnen helpen bij het onderscheiden van dementie van andere oorzaken van achteruitgang, zoals lichamelijke aandoeningen, psychiatrische problematiek of veranderingen in de leefomgeving.
Normen
De DSVH maakt geen gebruik van traditionele normgroepen waarbij scores worden vergeleken met een representatieve populatie. Er zijn na psychometrisch onderzoek beslisregels geformuleerd die op de resultaten kunnen worden toegepast. Aan de hand hiervan kan het gedrag worden geclassificeerd als kenmerkend voor dementie of niet.

