SCL-90-R
De Symptom Checklist – 90 (SCL-90) meet de ervaren toestand van algehele psychopathologie en over acht dimensies.
Symptom Checklist – 90 (originele versie: Symptom Checklist – 90 – Revised) (SCL-90(-R))
12+ jaar
Vragenlijst
20 minuten
Nederlandstalig
Auteur(s): W.A. Arrindell, & J.H.M. Ettema (originele versie: L.R. Derogatis, 1975)
Uitgever: Pearson Benelux B.V.
Jaar: 1975, 1986, 2003, 2005
Beschikbaar voor digitale afname en scoring in RSP
Bekijk hier de licentiekosten
Koop hier de handleiding
Omschrijving
Doel
De SCL-90 is een zelfrapportagevragenlijst die bedoeld is om psychische en lichamelijke klachten in kaart te brengen. De test is geen diagnose-instrument, maar dient als breed screeningsmiddel voor de ernst en aard van psychische problematiek. De SCL-90 geeft een algemene indicatie van psychopathologische symptomen, bijvoorbeeld om klachtenprofielen te vergelijken of veranderingen in klachtenniveau te volgen tijdens behandeling.
Toepassing
De SCL-90 kan gebruikt worden binnen de GGZ in de klinische praktijk, maar ook voor wetenschappelijk onderzoek. De test kan worden gebruikt vanaf 12 jaar, mits de Nederlandse taal voldoende beheerst wordt. In de klinische context wordt de test toegepast bij intake, evaluatie van behandeling en voortgangsmetingen. In de wetenschap kan de lijst worden ingezet om groepen te vergelijken of samenhang tussen klachten en andere variabelen te onderzoeken. Voor afname en scoring van de SCL-90 is een gedegen vooropleiding nodig, bijvoorbeeld van testassistent of daarmee overeenkomend. Interpretatie van de resultaten is voorbehouden aan psychologen of orthopedagogen met een diagnostiekaantekening.
Wat de test meet
De SCL-90 bestaat uit 90 vragen, verdeeld over acht dimensies:
- Agorafobie
- Angst
- Depressie
- Somatische klachten
- Insufficiëntie van denken en handelen
- Wantrouwen en interpersoonlijke sensitiviteit
- Hostiliteit
- Slaapproblemen
Daarnaast is er een totaalscore (psychoneuroticisme), die een algemene maat geeft voor psychisch en lichamelijk disfunctioneren. Er zijn tot slot 9 items die niet in de factorstructuur onder te brengen zijn en enkel tot de totaalscore behoren. Elk item wordt beantwoord op een vijfpuntsschaal, lopend van “helemaal niet” tot “heel erg”. Per dimensie wordt een ruwe score berekend door de betreffende itemscores bij elkaar op te tellen, waarna elke score wordt omgezet in een classificatie, lopend van “zeer laag” tot “zeer hoog”.
Normen
Voor de Nederlandse SCL-90 zijn normgegevens verzameld bij in totaal ongeveer 15.000 respondenten van 14 t/m 91 jaar oud. Hieruit zijn zes normgroepen samengesteld, te weten: poliklinische psychiatrische patiënten (normgroep I: Nₘₐₓ=5658), gewone bevolking/’normalen’ (normgroep II: Nₘₐₓ=2368), chronische pijnpatiënten (normgroep III: Nₘₐₓ=2458), klinische verslaafden (normgroep IV: Nₘₐₓ=1570), cliënten uit eerstelijnspsychologenpraktijken (normgroep V: Nₘₐₓ=600) en patiënten/cliënten uit huisartsenpraktijken (normgroep VI: Nₘₐₓ=925). Daarnaast zijn er gegevens voorhanden voor verlegen mensen (N=267), herstellingsoordcliënten (N=1694), patiënten op een ouderenafdeling van een RIAGG (N=456) en gedetineerde mannen (N=257). Gezien geslacht, leeftijd en opleiding niet consistent en niet noemenswaardig hoog met de SCL-90-schalen correleerden is besloten om bij de normering geen correctie toe te passen voor de invloeden hiervan.

