VAT-E
De Visuele Associatietest – Extended (VAT-E) signaleert onderpresteren en een episodische geheugenstoornis.
Visuele Associatietest – Extended (VAT-E)
18-88 jaar
Neuropsychologische test
15 minuten (exclusief 15 minuten tijdsinterval)
Nederlandstalig
Omschrijving
Doel
De VAT-E is een neuropsychologische taak die als doel heeft om mogelijk onderpresteren (symptoomvaliditeit) te signaleren. Daarnaast zijn er aanvullende schalen ontwikkeld die het mogelijk maken een episodische geheugenstoornis te signaleren. Met onderpresteren wordt bedoeld dat iemand minder goed presteert dan waartoe hij of zij in staat is. Een episodische geheugenstoornis is een probleem met het herinneren van persoonlijke gebeurtenissen in tijd en plaats. De VAT-E is ontwikkeld naar het voorbeeld van de Visuele Associatietest (VAT) uit 2003.
Toepassing
De VAT-E wordt gebruikt in klinische settings waar onderscheid nodig is tussen geheugenproblemen en onderpresteren, maar kan ook los gebruikt worden als prestatievaliditeitstest (denk hierbij aan bijvoorbeeld een second opinion of in een forensische context), of als geheugentest in onderzoek naar bijvoorbeeld dementie. Symptoomvaliditeit kan met de VAT-E niet gemeten worden wanneer er sprake is van cognitief disfunctioneren. De VAT-E is voorbehouden voor afname door psychologen en/of psychodiagnostisch medewerkers onder supervisie en volgens de handleiding. Interpretatie vereist kennis van neuropsychologie, geheugenonderzoek en symptoomvaliditeit en is daarom voorbehouden aan GZ-psychologen.
Wat de test meet
De VAT-E bestaat uit een platenboek met 24 leerkaarten, 24 herkenningskaarten en 12 meerkeuzekaarten. Er worden vier symptoomvaliditeitsschalen gecombineerd met drie geheugenschalen:
- Symptoomvaliditeitsschalen:
- Onmiddellijke herkenning
- Uitgestelde herkenning
- Consistentie tussen onmiddellijke en uitgestelde herkenning
- Vergelijking vrije reproductie – meerkeuze
- Geheugenschalen
- Gepaarde associatie
- Vrije reproductie
- Meerkeuze herkenning
Scores op de symptoomvaliditeitsschalen worden vergeleken met een afkapwaarde voor onderpresteren. De scores op de geheugenschalen worden omgezet naar percentielscores op basis van normtabellen. Is er mogelijk sprake van onderpresteren, dan zijn de scores op de geheugenschalen niet meer valide te interpreteren.
Normen
De normgegevens zijn gebaseerd op een steekproef van 450 volwassenen van 18 tot en met 88 jaar (waaronder: gezonde controles, personen geïnstrueerd om een geheugenstoornis te veinzen, patiënten met een amnestische stoornis, patiënten met lichte Alzheimer en procederende patiënten die als malingering of non-malingering geclassificeerd waren). De percentielnormen zijn onderverdeeld op basis van opleidingsniveau en leeftijd (Gepaarde associatie – 18 t/m 64 en 65 t/m 88 jaar; Vrije reproductie – 24 t/m 64 jaar en Verhage 2 t/m 4, 66 t/m 88 jaar en Verhage 2 t/m 4, 18 t/m 64 jaar en Verhage 5 t/m 7, 65 t/m 88 jaar en Verhage 5 t/m 7; Meerkeuze – 24 t/m 64 jaar en Verhage 2 t/m 4, 66 t/m 88 jaar en Verhage 2 t/m 4, 18 t/m 64 jaar en Verhage 5 t/m 7, 65 t/m 88 jaar en Verhage 5 t/m 7). Voor de ontbrekende leeftijden en/of opleidingsniveau zijn in de handleiding aanbevelingen gedaan.

