De volgende stap na DigiDiag: Maak kennis met de COW (Computer On Wheels)

De afgelopen 15 jaar heeft Metrisquare, samen met vooraanstaande wetenschappers en clinici, gewerkt aan de ontwikkeling van digitale, neuropsychologische tests. De als eerste versie op de markt gekomen software met de naam DiagnoseIS en later DigiDiag genoemd, waarbij computer en tekentablet worden gecombineerd, bracht het beste van twee werelden samen: de intuïtieve ervaring van pen en papier én de precisie van digitale metingen. Als snel werd de meerwaarde gezien door neuropsychologen, vooral in Nederland, België en Duitsland, en ontstonden de eerste testbatterijen inclusief normen. Voorbeelden hiervan zijn:

Het ontwikkelen van zulke testbatterijen is meestal verbonden aan PhD-projecten die meerdere jaren duren. Desondanks verandert het ICT-landschap binnen zorginstellingen snel. Dat is ook één van de redenen waarom papier nog veel wordt gebruikt: eenmaal genormeerd biedt het een zeer stabiel medium voor het uitvoeren van neuropsychologische tests. In de praktijk worden deze tests dan ook vaak nog handmatig afgenomen, terwijl de scoring bijvoorbeeld met RSP gebeurt.

De uitdaging van technologie

We zien dat de technische opzet van DigiDiag, namelijk software die op een eigen laptop of computer geïnstalleerd wordt en een tablet die als tweede scherm moet worden aangesloten, steeds minder goed aansluit bij moderne IT-omgevingen. Zorginstellingen stappen massaal over op SaaS-oplossingen (Software as a Service). Dit zijn applicaties die doorgaans eenvoudig via de browser werken, zonder lokaal beheer. Voor ICT-afdelingen betekent dit minder installatie en minder onderhoud.

Waarom neuropsychologisch testen anders is

Vragenlijsten kun je in veel gevallen prima aanbieden via een website, bijvoorbeeld met RSP, maar veel neuropsychologische tests, zoals bijvoorbeeld de Trail Making Test, stellen andere eisen:

  • Nauwkeurige timing op millisecondenniveau
  • Consistente prestentatie van stimuli
  • Een gestandaardiseerde testomgeving
  • Intuïtieve interactie die zo ongevoelig mogelijk is voor kennis en kunde van computers

Juist die factoren maken het lastig om deze tests betrouwbaar via een willekeurige browser en device aan te bieden. Op afstand afnemen is vaak zelfs al helemaal niet gewenst, omdat je dan als diagnosticus de mogelijkheid mist om gedrag te observeren. De variatie in hardware en software (de “heterogene omgeving”) zorgt tevens voor meetverschillen, en dat is onwenselijk in diagnostiek.

De oplossing: DigiDiag als Computer On Wheels (COW)

Samen met Christophe Lafosse van het RevArte Revalidatieziekenhuis ontwikkelde Metrisquare een innovatieve oplossing die wederom het beste van beide werelden combineert: de COW, een mobiel teststation waarin:

  • Een computer en tablet geïntegreerd zijn
  • De opstelling eenvoudig verplaatsbaar is binnen de instelling
  • De software via internet gekoppeld is aan het Metrisquare-platform

Hierdoor ontstaat een gestandaardiseerde, mobiele en toekomstbestendige testomgeving. In combinatie met andere apparatuur zouden ook andere devices gekoppeld kunnen worden, zoals een EEG-meting of Eye Tracker.

AVG-proof werken in de diagnostiek: efficiënt én veilig omgaan met cliëntgegevens

Voor veel organisaties staat de maand maart in het teken van dataveiligheid en continuïteit. Op 31 maart is het namelijk Wereld Back-up Dag, een moment waarop wereldwijd aandacht wordt gevraagd voor het beschermen van data.

Een onderwerp dat daar ook bij hoort, is AVG-proof werken met cliëntgegevens in de diagnostiek. Organisaties werken steeds vaker met digitale systemen waarin persoonsgegevens worden verwerkt, zoals testresultaten en rapportages. Dat roept een belangrijke vraag op:

Hoe zorg je ervoor dat digitale diagnostiek niet alleen efficiënt, maar ook AVG-proof blijft?

AVG-testproof werken

AVG-proof werken in de diagnostiek: hoe gaat het in de dagelijkse praktijk?

Binnen de psychodiagnostiek wordt steeds vaker digitaal gewerkt. Software ondersteunt het afnemen van vragenlijsten, het scoren van tests en het genereren van rapportages. Dit maakt het diagnostisch proces efficiënter en helpt professionals bij hun dagelijkse werkzaamheden. Hierbij worden ook cliëntgegevens verwerkt, zoals testresultaten en achtergrondinformatie die worden gebruikt voor het opstellen van psychodiagnostische rapportages.

Wanneer een cliënt meerdere keren wordt gezien, wordt gebruikgemaakt van bestaande cliëntgegevens. Denk aan eerdere testresultaten of informatie uit een elektronisch patiëntendossier (EPD). Daarnaast worden gegevens van nieuwe cliënten ook opgeslagen in het EPD. Op die manier kan een professional voortbouwen op eerdere diagnostiek en ontstaat er een vollediger beeld van de cliënt.

Bij dit soort processen is er sprake van verwerking van persoonsgegevens. Dat betekent dat systemen waarin deze gegevens worden verwerkt zorgvuldig moeten zijn ingericht, goed in kaart gebracht en gedocumenteerd in een verwerkingsregister, en moeten voldoen aan de geldende privacyregels.

In de praktijk gebeurt het regelmatig dat men zich niet bewust is van kleinere, maar toch relevante verwerkingen van gegevens. Soms worden bijvoorbeeld tools gebruikt, zoals Excelbestanden of online applicaties, waarin gegevens achterblijven, terwijl deze systemen niet in beeld zijn bij de ICT-afdeling.

Hoewel de regels rondom privacy soms het gevoel kunnen geven dat ze processen vertragen, zijn er helaas veel voorbeelden waarbij juist het ontbreken van overzicht leidt tot een datalek. Dat heeft niet alleen vervelende gevolgen voor de betrokkenen, maar kan ook leiden tot reputatieschade voor een organisatie.

Hoe zorgt Metrisquare ervoor dat het voldoet aan de AVG?

Metrisquare is gecertificeerd volgens de normen ISO 27001 en NEN 7510. Hiervoor is een zogenoemd ISMS (Information Security Management System) ingericht. Binnen dit systeem wordt structureel aandacht besteed aan informatiebeveiliging, inclusief wet- en regelgeving zoals de AVG.

Met behulp van een verwerkersovereenkomst wordt vastgelegd welke gegevens worden verwerkt, met welk doel en hoe lang deze worden bewaard. Ook wordt hierin beschreven hoe gegevens verwijderd kunnen worden. Hiervoor maken we in de meeste gevallen gebruik van het model van de BoZ, dat als basis dient en waar nodig kan worden aangevuld met specifieke afspraken.

In de praktijk zien we dat organisaties soms zelf invulling proberen te geven aan dergelijke overeenkomsten, terwijl er al duidelijke en bruikbare standaarden beschikbaar zijn.

Meer dan alleen privacy: informatiebeveiliging in de breedte

Wat daarnaast belangrijk is om te realiseren, is dat informatiebeveiliging breder is dan alleen vertrouwelijkheid. Het gaat ook om integriteit en beschikbaarheid: zijn de gegevens correct en zijn ze beschikbaar wanneer dat nodig is?
Back-ups spelen hierin een belangrijke rol. Veel organisaties maken wel back-ups, maar testen niet of deze ook daadwerkelijk werken wanneer dat nodig is. Door regelmatig een zogeheten restore-test uit te voeren, kan worden gecontroleerd of gegevens daadwerkelijk succesvol kunnen worden hersteld.

Hoe wij software veilig ontwikkelen

Voordat onze software wordt gebruikt in de dagelijkse praktijk, wordt deze eerst uitgebreid ontwikkeld en getest. Dit doen we om ervoor te zorgen dat systemen betrouwbaar functioneren en dat er zorgvuldig wordt omgegaan met gegevens.

Hierbij werken we volgens het OTAP-principe: eerst ontwikkelen, daarna testen, vervolgens een acceptatiefase en pas daarna wordt de software in productie genomen. Bij het ontwikkelen van diagnostische software is dat extra belangrijk, omdat er gewerkt wordt met gevoelige cliëntgegevens.

Daarom wordt er al vanaf het begin van de ontwikkeling rekening gehouden met privacy en informatiebeveiliging. Zo wordt voorafgaand aan elke ontwikkeling een risico-inschatting gemaakt en wordt al in een vroeg stadium gekeken naar manieren om deze risico’s te verkleinen of te elimineren.

Zorgvuldig omgaan met data tijdens testen

Tijdens het testen van software wordt ook zorgvuldig gekeken naar welke data worden gebruikt. Het testen met persoonsgegevens wordt namelijk gezien als een verwerking van persoonsgegevens. Daarom maken we gebruik van alternatieven, zoals fictieve data, zodat systemen realistisch getest kunnen worden zonder dat echte cliëntgegevens nodig zijn.

Bij Metrisquare passen we deze principes toe bij het ontwikkelen van onze oplossingen voor psychodiagnostiek. Onze software ondersteunt psychologen bij het afnemen van vragenlijsten, het scoren van tests en het genereren van rapportages, zodat het diagnostisch proces efficiënter verloopt en professionals meer tijd kunnen besteden aan hun cliënten.

Tegelijkertijd besteden we veel aandacht aan de veilige verwerking van gegevens. Zo worden gegevens alleen gebruikt voor het doel waarvoor ze bedoeld zijn en blijft de organisatie die het systeem gebruikt eigenaar van haar data.

Digitale diagnostiek: efficiënt én AVG-proof

Digitale systemen spelen een steeds grotere rol binnen de psychodiagnostiek. Ze ondersteunen professionals bij het afnemen van tests, het verwerken van resultaten en het genereren van rapportages.

Juist daarom is het belangrijk dat deze systemen op een veilige en verantwoorde manier worden ontwikkeld en gebruikt. Door zorgvuldig om te gaan met gegevens, zowel in de praktijk als achter de schermen bij de ontwikkeling van software, kan digitale diagnostiek efficiënt én privacyvriendelijk worden toegepast.

 

Bronnen

    Taal in de psychodiagnostiek: termen die verwarren

    Herkenbaar? Je zit in een gesprek, leest een rapport of mailt de servicedesk en ineens denk je:
    “Wacht… bedoelen we nu eigenlijk hetzelfde?”

    Binnen de psychodiagnostiek gebruiken we nu eenmaal veel vaktermen. Logisch ook. Maar in de dagelijkse praktijk blijken sommige begrippen nét iets anders te worden gebruikt dan je denkt. Dat leidt soms tot grappige situaties en soms tot lichte verwarring.

    Geen paniek, je doet niets fout. Je bent gewoon aan het werk in een vakgebied vol nuance, systemen en eigen taal. Tijd om een paar klassiekers langs te lopen die je vast zult herkennen.

    Termen die verwarren. Vrouw die verward achter laptop zit.

    Verwarrende termen

    SSO en EPD-koppeling (of “waar log ik nu eigenlijk in?”)

    Een veelvoorkomende bron van verwarring zijn digitale termen als SSO-koppeling en EPD-koppeling. Ze worden vaak in één adem genoemd, terwijl ze iets heel anders doen.

    • SSOkoppeling (Single Sign-On)

    Met een SSO-koppeling log je met één account in op meerdere online omgevingen, zoals je EPD, RSP en andere digitale applicaties. Vaak is dit een Microsoft- of Google-account.
    Termen als Azure, ADFS of SAML verwijzen naar de technische manier waarop die koppeling is ingericht.

    • EPD-koppeling (Elektrisch Patiëntendossier)

    Met een EPD-koppeling wissel je gegevens uit tussen het EPD en een digitaal programma zoals RSP. Je opent RSP rechtstreeks vanuit het cliëntendossier en cliëntgegevens worden automatisch overgenomen. De gegenereerde rapportages worden vervolgens automatisch geüpload in het cliëntendossier. Minder handmatig werk, minder losse documenten en minder “heb ik dit al geüpload?”.

    Kort samengevat:

    Een SSO-koppeling regelt de toegang en een EPD-koppeling zorgt voor de uitwisseling van cliëntgegevens. Omdat ze vaak samen worden gebruikt, ontstaat soms dat herkenbare moment van lichte verwarring, heel menselijk!

    Classificatie vs. interpretatie (een echte klassieker)

    Deze horen we regelmatig: “We willen de interpretatie automatiseren.”
    En even later blijkt dat eigenlijk classificatie wordt bedoeld.

    • Classificatie

    Classificatie is een kwalitatieve aanduiding die wordt gekoppeld aan een score, op basis van percentielen, standaardscores of standaarddeviaties. Denk aan classificaties volgens Bouma et al. (2012) of Hendriks et al. (2020). Zie ook de volgende kop over classificatie versus normering.

    • Interpretatie

    Interpretatie gaat een stap verder. Het is de professionele duiding van testresultaten en observaties in de context van de cliënt. Testoverstijgend, inhoudelijk en gericht op betekenis en samenhang. Alsof dat nog niet genoeg is, wordt classificeren in algemene zin ook gebruikt voor het onderbrengen van klachten in een formeel classificatiesysteem zoals de DSM-5. In dat geval spreken we van diagnosticeren. Als deze begrippen door elkaar lopen, kan dat ongemerkt invloed hebben op conclusies, en op de communicatie daarover.

    Classificatie en normering

    Dit onderscheid lijkt technisch, maar heeft inhoudelijk grote impact.

    • Normering (kwantitatief)

    Normering laat zien hoe een ruwe score zich verhoudt tot een normgroep, bijvoorbeeld via percentielen of standaardscores. Dat zegt iets over positie, maar nog niets over betekenis.

    • Classificatie (kwalitatief)

    Classificatie is het label dat op basis van de normering aan een score wordt toegekend, zoals laag, benedengemiddeld, gemiddeld of hoog. Deze labels zijn niet universeel vastgelegd: verschillende auteurs hanteren soms andere namen of grenzen voor dezelfde score. Zo gebruikt Bouma et al. (2012) termen als ‘laag’ of ‘gemiddeld’, terwijl Hendriks et al. (2020) ‘benedengemiddeld’ of ‘bovengemiddeld’ hanteert. Het NIP en de Vlaamse projectgroep adviseren om in Nederland de indeling van Bouma te volgen en internationaal of in Vlaanderen termen te kiezen die begrijpelijk zijn voor alle betrokkenen, zoals ‘lage score’ of ‘hoge score’. Hiermee wordt communicatie eenduidig en misverstanden voorkomen.

    Rapportages: detailrapport, conceptrapport en rapportbijlage

    Ook bij rapportages zien we dat verschillende termen door elkaar worden gebruikt:

    • Detailrapport vs. conceptrapport

    Een detailrapport is een uitgebreid verslag van één specifieke test binnen het onderzoek, inclusief ruwe scores en normvergelijking die van toepassing zijn op de cliënt. Het conceptrapport beschrijft het volledige onderzoek en alle afgenomen tests, vaak bedoeld als verslag richting cliënt. Het biedt overzicht, samenhang en bevat ook anamnese, observaties, samenvatting en conclusies.

    • Conceptrapport vs. rapportbijlage

    Een rapportbijlage bevat meestal overzichtstabellen van testresultaten en kan onderdeel zijn van het conceptrapport, maar soms ook als los document worden gebruikt. Er is hierbij geen sprake van goed of fout taalgebruik, zolang iedereen maar hetzelfde bedoelt.

    Afname en scoring (nog zo’n duo)

    Ook deze twee worden in de praktijk regelmatig net anders gebruikt.

    • Afname

    De afname is het moment waarop een test wordt uitgevoerd: offline, online, begeleid of zelfstandig. Dat kan met papieren vragenlijsten, digitale vragenlijsten, of met digitale taken en tests. Bijvoorbeeld:

    • Offline, via een papieren vragenlijst of een taak waarbij de cliënt iets uitvoert en de professional observaties noteert.
    • Online, door de cliënt een link te sturen naar een digitale vragenlijst die zelfstandig thuis of begeleid op locatie kan worden ingevuld via computer, mobiel of tablet. Er zijn ook toepassingen waarmee je neuropsychologische taken of intelligentietests digitaal kunt afnemen.
    • Scoring

    Scoring is het verwerken en berekenen van de ruwe resultaten volgens de juiste normen en psychometrische eigenschappen. Denk hierbij aan het handmatig opzoeken en berekenen van scores in de testhandleiding of online door het invoeren van ruwe scores in een digitaal scoringsprogramma zoals RSP waarna automatisch de juiste resultaten worden berekend op basis van de cliëntgegevens.

    Versies van software, tests en normen

    Op verschillende plekken spreken we over versies, maar daarmee bedoelen we niet altijd hetzelfde. Hieronder lichten we de meest voorkomende betekenissen toe.

    • Softwareversies

    Een softwareversie verwijst naar een versie van RSP die invloed heeft op functionaliteiten, gebruik en opmaak van de software.

    • Testversies

    Binnen RSP kunnen tests worden herzien of geüpdatet. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een opmaakcorrectie of een verbetering in de presentatie van de resultaten. In RSP wordt dit zichtbaar als een versienummer bij de test. Eerdere versies blijven inzichtelijk: door deze open te klappen in de software is per versie te zien welke wijzigingen zijn doorgevoerd.

    • Nieuwe normen of nieuwe test

    Wanneer een auteur of uitgever een test herziet of nieuwe normen publiceert, spreken we van nieuwe normen of een nieuwe test. Soms resulteert dit in een hele nieuwe versie van de test (bijvoorbeeld de BRIEF en BRIEF-2), maar het kan ook zijn dat er enkel nieuwe normen worden gepubliceerd (zoals bijvoorbeeld bij de d2.

    Ook hier geldt: dezelfde term kan iets anders betekenen, en dus is er kans op verwarring.

    Verwarrende Termen

    Waar het om draait

    Dit soort verwarringen overkomt iedereen. Ze horen bij een vakgebied vol nuance, verschillende systemen en eigen vaktaal. Door termen expliciet te maken, voorkom je misverstanden en blijft de focus waar die hoort: op goede diagnostiek.

    Welke van deze verwarringen ben jij in de praktijk wel eens tegengekomen, of hebben wij een klassieker gemist? Laat het ons weten!

    Bronnen

    De druk op de GGZ neemt toe. Wat betekent dat voor ons?

    Psychische klachten nemen toe, wachttijden lopen op, en steeds meer professionals vallen uit door werkdruk. De druk op de GGZ is groter dan ooit. Maar waar komt dat door? En misschien wel belangrijker: wat kunnen we eraan doen? In deze blog zetten we de oorzaken, gevolgen én mogelijke oplossingen voor jou op een rij.

    De druk op de GGZ neemt toe

    Waarom de druk op de GGZ zo hard toeneemt

    • Tekort aan GGZ-professionals
      Een groot knelpunt in de GGZ is het personeelstekort. Er zijn simpelweg te weinig psychologen, psychiaters en ondersteuners om iedereen op tijd te helpen. Taakverschuiving (task-shifting) kan helpen om de schaarse specialistische expertise beter te benutten.

    • Meer cliënten met ernstige of langdurige problematiek
      Volgens Kenniscentrum Phrenos is uit recente overzichten gebleken dat veel mensen met zogeheten “hoogcomplexe situaties” in de GGZ terechtkomen. Dit zijn situaties met ernstige psychische kwetsbaarheid, meervoudige problematiek en langdurige zorgbehoefte. Daarnaast wordt in de sector steeds kritischer gekeken naar de toegankelijkheid van specialistische zorg. Er is sprake van toenemende druk op de wachtrijen, en dat lichte zorg vaak voorrang krijg boven complexe zorg.

    • Breder maatschappelijk en sociaal-economisch profiel
      Aan de hand van analyses van trends binnen de GGZ worden maatschappelijke stressoren genoemd als prestatiedruk, bestaansonderzekerheid, klimaatstress, onzekerheid op de arbeidsmarkt, en sociale ongelijkheid. Dit zijn factoren die het ontstaan en de instandhouding van psychische problematiek mede bevorderen. Vooral jongeren en mensen in socio-economisch kwetsbare posities vragen vaker hulp, wat de vraag diverser en meer gelaagd maakt. Dit betekent dat behandelaars steeds vaker te maken krijgen met cliënten voor wie psychische klachten verweven zijn met sociaal-economische problematiek. Dit vraagt vervolgens om een bredere, integrale aanpak.

    • Administratieve last en systeemdruk
      De Nederlandse GGZ laat weten dat zorgverleners circa 40% van hun tijd aan administratie besteden, terwijl 22% als “toereikend” wordt gezien. Duurzame ggz gaat niet alleen over kosten, maar ook over efficiëntie. Het terugdringen van de administratieve lasten is een belangrijk aandachtspunt. Mogelijk hangt de toegenomen administratieve druk samen met de invoering van het zorgprestatiemodel en in het bijzonder de introductie van de zorgvraagtypering. Sinds 2022 zijn zorgaanbieders verplicht om per cliënt een zorgvraagtype vast te leggen, wat extra registratie- en verantwoordingslast met zich meebrengt. Hoewel zorgvraagtypering bijdraagt aan transparantie en passende zorg, vergroot het in de praktijk de administratieve belasting voor zorgprofessionals.

      Digitale platforms zoals RSP helpen psychodiagnostische professionals om gegevens efficiënter te registreren en te beheren. Op die manier is er meer: “Tijd voor wat jij belangrijk vindt”.

      Druk op de GGZ minder door RSP

      Hoe kunnen we de druk op de GGZ verlagen?

      De druk op de GGZ in Nederland is al jaren hoog. Dit vraagt om structurele oplossingen die verder gaan dan het simpelweg opschalen van behandelcapaciteit. De sleutel ligt in een bredere aanpak, van preventie tot slimme organisatie van zorg.

      Sterker inzetten op preventie en mentale gezondheid

      Een belangrijk deel van de psychische klachten kan worden voorkomen of verminderd door eerder in te grijpen. Onderzoek van het RIVM en Trimbos laat zien dat investeren in de mentale veerkracht, stressreductie en vroegsignalering leidt tot minder instroom in de gespecialiseerde GGZ. Hierbij kun je denken aan mentale gezondheidsprogramma’s op scholen, laagdrempelige ondersteuning in wijken en online zelfhulpprogramma’s voor lichte klachten zoals stress, somberheid of piekeren. Door mentale gezondheid net zo serieus te nemen als fysieke gezondheid, kan zwaardere zorg vaker worden voorkomen.

      Versterk de eerste lijn: huisarts, POH-GGZ en sociaal domein

      Zowel de huisarts als de praktijkondersteuner GGZ (POH-GGZ) spelen een cruciale rol in het opvangen van psychische klachten. De POH-GGZ biedt laagdrempelig hulp, kent korte wachttijden en voorkomt dat mensen onnodig worden doorverwezen naar specialistische zorg. Uit onderzoek is gebleken dat uitbreiding en professionalisering van de POH-GGZ leidt tot minder druk op de GGZ. Vooral blended werken, een combinatie van gesprekken en digitale modules, blijkt effectief te zijn. Daarnaast is een betere samenwerking met het sociaal domein, denk aan wijkteams/welzijnswerk en gemeenten, essentieel. Psychische klachten kunnen namelijk vaak samenhangen met problemen op het gebied van wonen, werk of financiën.

      Organiseer regionale samenwerking en wachtlijstregie

      Wachttijden zijn een van de meest zichtbare problemen binnen de GGZ. De Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) en de inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) wijzen erop dat wachttijden deels ontstaan door versnippering en gebrek aan overzicht.

      Regionale samenwerking kan helpen. Dit is wanneer huisartssen, GGZ-aanbieders, zorgverzekeraars en gemeenten samen verantwoordelijk zijn voor wachtlijstbeheer. Door capaciteit regionaal beter te verdelen, betere triage toe te passen en duidelijke afspraken te maken over doorverwijzingen, kan beschikbare zorg efficiënter worden ingezet.

      Maak structureel gebruik van e-mental health en blended care

      Digitale zorg is geen tijdelijke oplossing, maar een bewezen effectieve aanvulling op reguliere behandeling. Meta-analyses laten zien dat online interventies voor depressie en angststoornissen vergelijkbaar effectief zijn met face-to-face behandelingen, zeker bij lichte tot matige problematiek.

      E-mental health kan worden ingezet als zelfstandige interventie, als onderdeel van blended care, of als overbrugging tijdens wachttijden. Bovendien kost digitale behandeling vaak minder tijd van behandelaren, waardoor zij meer mensen kunnen helpen.

      Zorg voor consistent landelijk beleid en passende financiering

      Tot slot is samenhangend beleid nodig. Het landelijke actieprogramma mentale gezondheid benadrukt het belang van preventie, samenwerking en versterking van de eerste lijn. Tegelijkertijd blijven financieringsschotten tussen zorg en sociaal domein een obstakel. Door preventie structureel te financieren, langdurige samenwerking mogelijk te maken en domeinoverstijgend te werken, ontstaat ruimte om de GGZ duurzaam te ontlasten.

      Wat kun jij zelf doen?

      Misschien denk je wel: “Mooi verhaal, maar wat kan ik hiermee?”
      Meer dan je denkt!

      • Praat over mentale gezondheid. Dat normaliseert en verlaagt drempels.
      • Steun lokale initiatieven zoals maatjesprojecten of wijkcentra.
      • Kies voor zorgverleners die werken met digitale zorg, zodat de druk wordt gespreid.
      • Laat je stem horen richting gemeente of politiek. Preventie begint met keuzes.

      De GGZ staat onder druk, maar er is beweging

      Dat de druk op de GGZ toeneemt, dat is duidelijk. Desondanks is het geen vastgelopen systeem. Er is beweging, innovatie en bewustwording. Met de juiste investeringen, minder bureaucratie en meer focus op preventie kunnen we de GGZ weer gezond maken.

      De uitdaging is zeker groot, maar de oplossingen zijn dichterbij dan het soms lijkt.

      Bronnen

      Besparen op administratie, niet op de psycholoog

      De digitalisering van de psychologische diagnostiek speelt een steeds grotere rol bij het ondersteunen van professionals. Psychologische diagnostiek vormt de basis van goede zorg: zo krijg je een volledig beeld van de cliënt en kun je de juiste diagnose stellen, waarmee behandelingen gerichter en effectiever worden. Desondanks blijft dit uitdagend door veranderingen in het zorglandschap, zoals toenemende zorgvraag en groeiende druk op professionals.

      We moeten mee veranderen, en de vraag is dan niet meer of digitalisering psychologische diagnostiek beïnvloedt, maar hoe het bijdraagt aan versnelling en efficiëntie zonder verlies van kwaliteit.

      Psycholoog en cliënt

      Ondersteuning van de professional

      Binnen de psychologie wordt digitalisering gelukkig steeds meer gezien als ondersteuning van het werk van de professional. Ook het Nederlandse Instituut van Psychologen (NIP) benadrukt dat digitale toepassingen kansen bieden voor efficiëntie, consistentie en toegankelijkheid, zolang ze passen binnen professionele, ethische en juridische kaders. In de praktijk betekent dit dat digitale systemen vooral waarde toevoegen bij herhaalbare processen: testafname, scoring, registratie en rapportage.

      In de praktijk merken we met RSP het voordeel van digitalisering. Digitale afnames verminderen tijd bij het voorbereiden en afnemen van een test en digitale scoringen besparen handmatig zoekwerk en verkleinen de kans op rekenfouten. Automatische rapportages verminderen de tijd die nodig is voor standaardrapportage en ondersteunen professionals om zich te richten op analyse, observatie en interpretatie.

      Voor de professionals betekent dit dat er meer ruimte overblijft voor de kern van het vak: keuzes en afwegingen maken, verbanden leggen en klinische beslissingen nemen.

      Digitalisering op grotere schaal

      Digitalisering helpt het complexe zorglandschap te overzien door gegevens gestructureerd vast te leggen, trends in de tijd te volgen en informatie te koppelen aan andere zorgprocessen.

      Dit is vooral nuttig wanneer diagnostiek onderdeel is van een breder traject, zoals het bepalen van de juiste zorg, behandeling en evaluatie.

      Complexiteit vraagt specialiteit

      Digitalisering versnelt psychologische diagnostiek door processen te ondersteunen. Het vervangt dus niet de professional. In een tijd waarin druk en complexiteit toenemen, helpt dit professionals om diagnostiek zorgvuldig, efficiënt en werkbaar te houden. Digitalisering door middel van RSP verlaagt indirecte tijd en vergroot directe tijd.

      De kern blijft hetzelfde: expertise, interpretatie en professioneel oordeel zijn onmisbaar. Digitalisering kan dit werk versterken, mits het verstandig en inhoudelijk verantwoord wordt toegepast.

      Bronnen